U bent hier

De dialoog tussen kerk en gemeente: drie ervaringen

Dialoog tussen gemeente, kerkeigenaren en de burgers staat centraal bij een kerkenvisie. In de praktijk is te zien dat kerkelijke gemeenten op verschillende manieren deelnemen. Drie mensen vanuit de kerkelijke praktijk aan het woord over hun ervaringen.

Voor het ene kerkbestuur komt deze visie precies op het juiste moment, omdat ze zelf zoekende zijn naar mogelijkheden voor nevengebruik van hun kerkgebouw of een gebouw moeten afstoten. Andere kerkbesturen zien de noodzaak van deelname niet of minder in. Daarnaast wordt er vanuit de kerkenkoepels ook verschillend ingestoken op het instrument kerkenvisies.

Jos Aarnoudse, directeur van de Vereniging Kerkrentmeesterlijk Beheer, vertelt dat het vooralsnog lastig is om kerkbestuurders aan tafel te krijgen. Veelgehoorde uitspraken van kerkbestuurders zijn hierbij: ‘Bij ons is er nog geen probleem;, ‘Het loopt bij ons toch goed, de kerken zijn nog vol, er is nog niks aan de hand’. Daarnaast wordt tijdgebrek genoemd, omdat deze vrijwillige bestuurders hun handen vol hebben aan alle religieuze en organisatorische taken, zeker in deze tijd van corona. Er is ook koudwatervrees om het gesprek aan te gaan met zowel de burgelijke gemeente als andere kerkelijke gemeenten, geeft Aarnoudse aan. Er is sowieso nog weinig gesprek gaande binnen eigen geledingen over de toekomst(visie).

Een gemiste kans, vindt Aarnoudse, omdat er volgens hem sprake is van een trendmatige krimpsituatie, die omvangrijk is en waarschijnlijk niet aan de gemiddelde kerkeigenaar voorbij zal gaan. Ook is er een terugloop zichtbaar van betrokkenheid van kerkleden, in ieder geval in aantal. Hij roept kerkbesturen op in een proactieve houding te komen – ‘Regeren is vooruitzien’ – want er bestaat zeker een risico dat de kerkelijke gemeente voor de situatie komt dat ze gebouwen moeten gaan afstoten. ‘De cultuur binnen de kerkelijke wereld is om dit probleem vooruit te schuiven. Niemand wil te vroeg de kat de bel aanbinden. Het is een lastige kwestie om het gesprek hierover aan te gaan, er zijn veel emoties. Bovendien wil men toch niet de kerkrentmeester zijn die de deur dicht moet doen. Maar het is jammer als men wordt overvallen als de nood hoog is en wellicht anderen gaan besluiten over de kerk(en). Je maatschappelijke verantwoordelijkheid vraagt dat je met de burgelijke gemeente meedenkt over hoe we zo goed mogelijk deze gebouwen kunnen laten functioneren in de wijk of dorp waar je kerk staat.’

Een tweede persoon die zich regelmatig uitspreekt over kerkenvisies en de visie vanuit kerkelijke gemeenten is Sidney van de Berg, parochiebestuurder en CDA-raadslid in Oss. Hij heeft actief bijgedragen aan de kerkenvisie van de gemeente Oss. Voorafgaand geeft hij mee dat erfgoed leuk is, omdat je daarmee mensen kunt mobiliseren en triggeren. Daarnaast waarschuwt hij voor het gebruik van het woord herbestemming, omdat de kerkelijke gemeenten uitgaan van voortgaand religieus gebruik en niet het gevoel willen krijgen dat anderen hun gebouw komen ‘afpakken’. Het vertrekpunt van de kerkenvisie van Oss was dan ook kerkbesturen meehelpen met het beetpakken van de opgaven richting de toekomst.

De gemeente Oss kent 34 kerken, 18 kapellen, 20 pastorieën en 19 kloosters. Over de rol van de parochie zegt hij: ‘We kunnen het probleem niet parkeren bij de burgelijke gemeente, want zij is geen eigenaar’. De rol van de burgelijke gemeente is naar zijn mening het ondersteunen met alle beschikbare kennis, het koppelen van kansen en het opstellen van een herbestemmingsagenda voor gebouwen die zeker leegkomen en verkocht gaan worden. Het kerkenvisietraject is een goede manier om de dialoog met andere kerkbesturen aangaan, zodat men de zorgen en opgaven kan delen. Bovendien kan men nevenbestemmingen en/of activiteiten op elkaar afstemmen. Hier ziet hij ook een duidelijke rol weggelegd voor het bisdom, zeker ook in de dialoog hierover.

‘We moeten als parochies zelf keihard aan het werk; je kunt niet wachten tot je niks meer kunt en dan maar verkopen. Je kunt op een andere manier van waarde zijn in en betrokken zijn met de gemeenschap, bijvoorbeeld kleine appartementen in de pastorie voor minder bedeelden, zoeken naar andere manier van inkomsten: ‘Niet verkopen van vastgoed, maar ‘levend geld’”. In Oss heeft men een Learning Community opgezet waar bij kerkelijke opgaven de denkkracht van opleidingen en studenten ingezet wordt. ‘Dit is een hele mooie manier om andere wegen te onderzoeken.’

Hij geeft tot slot twee kritieke punten aan van de kerkenvisie: ‘Er zijn te weinig niet-religieuze mensen betrokken in het proces. En: hoe gaat het nu verder? Wat is de garantie op vervolg van deze kerkenvisie?

Gerrit Westenberg van de Protestantse Gemeente Waalwijk tot slot heeft meegedaan in de kerkenvisie van de gemeente Waalwijk en vertelt daarover. De situatie van zijn kerkelijke gemeente: te veel kerkgebouwen voor het religieuze gebruik en te weinig ‘levend geld’ om de gebouwen te kunnen onderhouden. Besloten is om niet te verkopen, maar te kijken naar mogelijkheden voor verhuur. De kerk werd in 1928 al verhuurd aan en gebruikt door andere partijen. Dus dat is niet nieuw. De twee gebouwen zijn aangepast voor multifunctioneel gebruik, zodat met het nevengebruik voldoende inkomsten binnen kunnen worden gehaald voor de instandhouding en gebruik. Dit op basis van een businessplan.

Waarom heeft de PG Waalwijk meegedaan aan een kerkenvisie? Het bestuur was daarvoor reeds begonnen met scenariodenken, zo vertelt Westenberg. Nadenken over de toekomst van de PG Waalwijk op de langere termijn. Conclusie: als men op deze voet verder ging, ontstond er op langere termijn een veel te kleine gemeenschap met twee verhuurobjecten: meer een verhuurorganisatie. En dat was niet het doel.

De droom die daaruit ontstond: in Waalwijk op de langere termijn een paar kerkgebouwen voor alle geloofsgemeenschappen, gebouwen met nevenactiviteiten maar wel ook nog ruimte voor religieuze functie. ‘Daarvoor moet je elkaar als kerkgemeenschappen leren kennen, elkaars mogelijkheden en onmogelijkheden, de ruimtelijke ordeningsaspecten, mogelijkheden voor gebouwen. Toen kwam de kerkenvisie voorbij, de kans om de droom verder uit te werken.’

Westenberg heeft het kerkenvisieproces van de burgelijke gemeente ervaren als een prima proces. De droom is wel behoorlijk bijgesteld – in het proces bleek dit niet haalbaar, omdat niet iedereen dezelfde droom had. De resultaten: een inventarisatie over religieus erfgoed door iedereen onderschreven, doelen vastgelegd met elkaar en de ‘droom’ is als ambitie opgenomen. Er is eenzelfde definitie van religieus erfgoed gevormd. Jaarlijks blijven ze elkaar ontmoeten om met elkaar de ontwikkelingen te bespreken.

Reacties