U bent hier

Een muzikale wandeling langs de kerken van ons land

Nu de kerken gesloten zijn kunnen we ze ook niet meer van binnen bezoeken. Maar ze staan er gelukkig nog wel. En hun betekenis is er niet minder om. Juist nu niet. Daarom een boeket liederen waarin de kerk een rol speelt als troost. Met de prachtigste liedteksten erbij verzameld.

Het is een playlist geworden van liedjes uit alle windstreken van ons land. Liedjes die laten zien wat een kerk, een kerkgebouw voor de componist of zanger betekende. Als baken in ruimte en tijd; als plek van zingeving. Als symbool voor dat wat was, voor dat wat is en wat komen gaat. Of zoals Frans Pollux het zegt: ‘Als hart van het dorpsgeluk’. Een muzikale wandeling langs de kerken van ons land. Hier klikt u naar de playlist van ons programma op Spotify. Ontbreken een aantal van uw eigen favorieten: laat het ons weten!

GRONINGEN

De volkszanger Ede Staal, die als geen ander weet uit te drukken wat het betekent om Groninger te zijn, zingt in ‘Mien Hoogeland’ een beeldende tekst over de kerk in zijn landschap. Brel is dan wel heel dichtbij.

“'t Is de lucht achter Oethoezen't 
Is 't torentje van Spiek

't Is de weg van Lains noar Klooster
En de Westpolder langs de diek
't Binnen de meulens en de moaren
't Binnen de kerken en de beurg'n

't Is 't laand woar ik as kind
Nog niks begreep van pien of zurgen
Dat is mien Laand.. mien Hogelaand.”

NB: de liedjes van Staal zijn in 2019 door Peter Siebesma op kerkorgel uitgevoerd en op cd gezet. De opbrengsten gingen naar de Stichting Oude Groninger Kerken ter behoud van de circa negentig kerkgebouwen die in hun bezit zijn.

FRIESLAND

De in Surhuisterveen geboren Fries Meindert Talma zingt over z’n eigen dorp en over zichzelf:

Surhuisterveen, Surhuisterveen.
Hij zat er in de kerk, hij zat er op het korfbal.
Hij zat er ongemerkt altijd achter het orgel.
Er wonen 5500 mensen in Surhuisterveen,
zo gezellig is er maar één.
Er is een profwielerronde
en er staan zeven kerken.
God houdt van de mensen
in Surhuisterveen.”

In het algemeen schetst hij wat het betekent als er sprake is van een ‘Dorp zonder toren’ in het lied met dezelfde titel:

“hé boerendochter in de regen
een dorp zonder toren is een gat
hé boerendochter in de regen
een dorp zonder toren dat wordt nooit wat”

DRENTHE

De Drentse zanger/componist Daniel Lohues heeft al vaker vertelt hoe hij z’n muzikale opvoeding in de kerk heeft gehad. Hij heeft er het orgel leren bespelen en de liefde voor Bach is er gegroeid. Inmiddels heeft hij een ambivalente verhouding tot de kerk die tot uitdrukking komt in het nummer ‘De Kerke’.

“Soms der iene dood is
Bij doop of trouwerij
Mar nie met kerst of paosen
Der zit kwa kerk wat dwars bij mij
Soms as 't orgel Bach speult
Of as ik zölf mag speuln
Veur de rest kom ik hier nooit meer
Mar 't zeg mij aal nog veul
Misschien komp 't ooit wel weer
Misschien komp 't ooit wel weer
Mar tegenwoordig kom ik hier echt eigenlijk
Nooit meer”

OVERIJSSEL

Rechtstreeks uit Twente, Andre Manuel met ‘De kraaien’.

“De kraaien op het land
Zwart als de raven
Zullen schateren op de dag
Dat deze jongen wordt begraven
De stoet vanuit de kerk”

En de formatie Opgezwolle brengt een ode aan hun thuisstad Zwolle:

“In de zomer en winter of knetter in de Blauwe Bengel
Of bij de kerk, de peperbus of aan de stadsgracht
We busten dan wat rijms en lachen hard naar de stadswacht
Wie dacht dat Zwolle dood is, heeft het mis, Zwolle leeft, Zwolle is
Zwolle weet hoe het zit, ja”

FLEVOLAND

Flevolander Paul de Munnik in zijn versie van ‘De Olielamp’ van Maarten van Roozendaal:

“Ooit waren zij twee kleine kinderen in een dorp ver van hier
Een bakker, een slager en een kruidenier
Een kerk, een begraafplaats en zij met zijn twee
En waar ze ook lopen de aarde draait mee
Maar opeens zijn ze veertien en zweert hij haar trouw
Een kind noch een jochie, zij is al een vrouw”

GELDERLAND

De groep Normaal schetst het boerenleven waarin de klomp mee de kerk in ging in het lied ‘De Klompenman’:

“Klompen op de rem en klompen op t gas.
Klompen noar de kerk as t zondag was.
Klomper veur de vrouw en klomen veur t kind.
Klompen veur de schoorsteen, veur de goeie sint.”

En in ‘Zal dat wel Goed Goan’:

“Gradus dagen gertmien uut veur een rondjen um de kerk
zie zaten samen in ’t café met een pilsjen noa ’t werk
de matchless en de triumph stonnen al blinkend kloar
as een lopend vuurtjen deur ’t darp, de wedstrijd van ‘t joar”

UTRECHT

In Utrecht is er natuurlijk de bekende kerktoren waarvandaan je een loflied kunt brengen op de stad Utrecht. We kiezen de onvolprezen versie van Rijk de Gooyer:

“Als ik boven op de dom kom
Kjik ik even naar benee
Dan zie ik het ouwe graggie
Het Vreeburg en Wijk C
Ja dan sprink me hartjie ope
Ik ben trots wat daggie wat
Er is geen mooier plekkie
As Utereg me stad
As Utereg me stad”

NOORD-HOLLAND

Twee bekende Amsterdammers aan het woord. ‘Laat me’ van Ramses Shaffy (1978) met daarin deze tot mooiste zin uit een Nederlands lied uitgeroepen:

“Ik ken de kroegen en kathedralen
Van Amsterdam tot aan Maastricht
Toch zal ik elke dag verdwalen
Dat houdt de zaak in evenwicht”

‘Mijn vlakke land’, oorspronkelijk van Jacques Brel, Nederlandse vertaling Ernst van Altena (1962), de versie van Liesbeth List uit 1969, als eerbetoon aan een van onze eigen echte chansonnières. Over haar uitvoering van ‘Mijn vlakke land’ schijnt Brel naar verluid zelf zeer enthousiast te zijn geweest. In dat lied de zinsnede:

“Wanneer de regen daalt op straten, pleinen, perken
Op dak en torenspits van hemelhoge kerken
Die in dit vlakke land de enige bergen zijn
Wanneer onder de wolken mensen dwergen zijn
Wanneer de dagen gaan in domme regelmaat
En bolle oostenwind het land nog vlakker slaat
Dan wacht mijn land...
Mijn vlakke land...”

En de man uit Haarlem die bekend staat om z’n bijzondere ABN-uitspraak. Boudewijn de Groot met ‘Hoe moet ik het de stad vertellen’:

“Het uitzicht van de brug is prachtig
Het water stroomt in golvend groen
En in het zonlicht heerst almachtig
De kerk de toren net als toen”

ZUID-HOLLAND

The Kik uit Rotterdam in ‘Ik doe wat ik wil’

“Op zondag moet je naar de kerk
Draag schoenen van het juiste merk
Zie alles door een zonnebril
Ik doe ’t gewoon hoe ik het wil” 

ZEELAND

De Zeeuwse band Bløf is vooral bekend vanwege haar cryptische teksten en de liefde voor de kust. Het kerkgebouw en de kerk staat bij hen veel minder centraal. In het nummer ‘Hier’ is de mens echter kerk geworden. Een veilige haven.

“Hier ben ik veilig, hier ben ik sterk
Hier ben ik heilig, dit is mijn kerk
Dit is mijn haven, hier leg ik aan
Hier kan ik slapen, hier moet ik staan
Hier ligt mijn hart voor jou”

De bij het grote publiek wellicht minder bekende Zeeuwse zanger Broeder Dieleman geeft de artiestennaam van de zanger wellicht al iets weg van zijn achtergrond. Veel van zijn nummers zijn doordrenkt met het Zeeuwse landschap waarin de kerk en het geloof nooit ver weg zijn. 

NOORD-BRABANT

Brabant kent veel zangers die hun veelal katholieke omgeving een plek geven in hun muziek. Zo zingt Bjorn van der Doelen in ‘De kerkklok slaat’:

“Toen ik thuis kwam na al die maanden klonk de haven leeg en hol
En ook ons huis da bleek verlaten maar de brievenbus zat vol
Terwijl het zonlicht deur het raam viel heurde ik de kerkklok slaan
En op die warme zomermiddag liet ik m’n tranen gaan”


Misschien wel het bekendste lied waarin ‘het dorp’ centraal staat is ‘Het dorp’ van Wim Sonneveld, een Nederlandse vertaling door Friso Wiegersma van het lied La Montagne door Jean Ferrat, geschreven met Wiegersma’s geboortedorp Deurne in gedachten. Wikipedia vermeldt hierbij nog het volgende interessante feitje: De bekende regel uit het lied ‘En langs het tuinpad van mijn vader’ verwijst naar het pad naast het ouderlijk huis van Wiegersma aan de Oude Liesselseweg in Deurne. Dit pad kreeg op 14 oktober 2008 de officiële naam Het tuinpad van mijn vader. Het lied begint met de volgende passage waarin de kerk het eerste is dat in het zicht valt:

“Thuis heb ik nog een ansichtkaart
Waarop een kerk een kar met paard
Een slagerij J. van der Ven
Een kroeg, een juffrouw op de fiets
Het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets
Maar het is waar ik geboren ben”

LIMBURG


In Limburg zingt Rowen Hèze in een vrolijk ska-ritme in ‘vur de kerk op ‘t plein’ over de blik op de toekomst:

“Vur de kerk op ’t plein
leupt 't spaor als altied
verder weg nar 't volgende joar.
Nar 'n gans nij begin, nij refrein.
Vur de kerk op ’t plein”

(Voor de kerk op het plein
Loopt het spoor als altijd
Verder weg naar het nieuwe jaar.
Naar een heel nieuw begin, nieuw refrein
Voor de kerk op het plein).

De bekendste Limburgse troubadour Ge Reinders bezingt in Bloasmuziek de sfeer op zondag waar kerk, muziek en gemeenschapszin naadloos in elkaar over vloeien:

“Biej de kerk waare natuurlik weer twee cafe's en 'n plein
En sjpeelde 'n fanfaar heel fijn:
Blaosmeziek op eine sjone zondigmorge”

Als afsluiter de buiten Limburg iets minder bekende zanger Frans Pollux. Hij maakte in 2019 een tour langs allerlei Limburgse dorpen. Met de bewoners sprak hij over de identiteit van hun dorp. Samen maakten ze er vervolgens een liedje over. Het zal niet bevreemden dat de kerk daar een belangrijke plek in speelt. Niet voor niets heet de cd dan ook ‘naeve de kerk’ (naast de kerk). In het titellied zingt hij de tekst:

“Naeve de kerk waas er altied leeve,
Man, wat waas het druk
Ierst efkes in de kerk
En dan doarneave,
Ut hert van het durpsgeluk”

(Naast de kerk was er altijd leven,
Man, wat was het druk
Eerst eventjes naar de kerk
En dan ernaast
Het hart van het dorpsgeluk)

Video 
Normaal, De Klompenman

Reacties