U bent hier

Gebedshuizen van na 1965

Na 1965 zijn er in Nederland 1542 gebedshuizen gebouwd, waaronder deze, de Kerk aan het Lint in Utrecht, architectenbureau Groosman, 2019

Na 1965 werd kerkarchitectuur het stiefkindje van de bouwkunst. Toch zijn in deze periode 1542 gebedshuizen gebouwd. Architectuurhistorici Evelien van Es, Gerdien van der Graaff - Duijst en Lara Voerman onderscheiden vier perioden in een verder grote diversiteit aan gebouwen, en brachten daarbij ook de aardverschuiving in het geloofslandschap van de laatste vijftig jaar in beeld.

Kerkbouw speelde eeuwenlang een prominente rol in de architectuurgeschiedenis. Dat veranderde na 1965; van paradepaardje werd kerkarchitectuur het stiefkindje van de bouwkunst. Zoveel wisten we wel toen we aan dit onderzoek begonnen. Gezien de ontkerkelijking sinds de jaren zestig dachten we dat het om een paar honderd nieuwe gebedshuizen zou gaan. Gelijktijdig met ons onderzoek inventariseerde de RCE alle gebedshuizen die na 1965 in Nederland zijn gebouwd. De lijst telt uiteindelijk 1542 gebouwen.

Uit een eerste globaal overzicht kwam een grote diversiteit naar voren, vooral in de vormgeving. Niet verwonderlijk; het gaat tenslotte om 54 jaar kerkbouw voor 54 denominaties. Gepubliceerd is er vrijwel niets. Onze zoektocht naar de golfbewegingen, omslagmomenten en lange lijnen liep via krantenberichten, obscure boekjes en natuurlijk de 1542 gebouwen zelf. In ons essay, dat binnenkort uitkomt, komt alles samen: ijkmomenten in de ruimtelijke ordening, religie en politiek. De ontkerkelijking, de komst van de Molukkers en de arbeidsmigranten, de rol die de kerk speelde in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland of in een groeikern als Zoetermeer.

We onderscheiden vier perioden. Tussen 1965 en 1976 werden met rijkssubsidie nog volop kerken, een enkele moskee en een soefitempel gebouwd. Na 1976 braken de magere jaren aan, zowel in aantallen als in vormgeving. Kerkbouw vormde geen interessante architectonische opgave meer. Rond 1990 brak een nieuw elan aan, niet zozeer in aantallen maar wel in de vormgeving. Ontwerpers en liturgisten gingen weer op zoek naar betekenis. Die zoektocht leidde in het begin van het nieuwe millennium tot hernieuwde aandacht voor gebedshuizen onder architecten van naam.

De Ontmoetingskerk in Dordrecht, architect J. Plas, 1979.

In het tijdperk van secularisatie moest de kerk een nieuwe vanzelfsprekendheid zoeken. Vanaf 1965 werd het gebedshuis toegankelijker, nevenfuncties belangrijker, de architectuur alledaagser. De secularisatie van de samenleving weerspiegelt zich in de bescheiden positie die nieuwe gebedshuizen in de fysieke ruimte innemen: van prominent vrijstaand naar geïntegreerd in de omgeving.

De architectuur van het post 65-gebedshuis reflecteert ook de aardverschuiving in het geloofslandschap van de afgelopen vijftig jaar. Het laat een golfbeweging tussen uitersten zien. Aan het ene eind van het spectrum de sober vormgegeven onderkomens van geloofsgemeenschappen die hun positie in de maatschappij kritisch onder de loep namen; en aan het andere einde de manifeste bakens van zich emanciperende geloofsovertuigingen.

Via deze link naar de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is het hele essay Post 65 gebedshuizen. Kerken, moskeeën, synagogen en tempels in Nederland 1966 - 2019, door Evelien van Es, Gerdien van der Graaff - Duijst en Lara Voerman te lezen, plus het bredere Post 65 Verkenning waar het onderdeel van uitmaakt.

Post 65-gebedshuizen-onderzoekers Evelien van Es,  Lara Voerman en Gerdien van der Graaff - Duijst.

Reacties