U bent hier

Kerkelijk werk op anderhalve meter

De brandende kaarsjes van de Mariakapel in het Limburgse Neer in coronatijd. Foto: Har Kuijpers

Sinds 1 juni is het begrip ‘anderhalvemeterkerk’ een feit. Eerst mochten er dertig mensen samenkomen, vanaf deze maand zijn dat er al honderd. Hoe gaat dat in de praktijk, en hoe is dat voor de mensen die met deze maatregelen hun werk verrichten? Verhalen vanuit Bisdom Rotterdam en Den Bosch, waarbij het worstelen met de maatregelen hand in hand gaat met een hernieuwd gemeenschapsgevoel.

Bij inloophuis De Jessehof in Delft komen normaal zo’n zestig mensen op een dag. Nu zijn er shifts van steeds vijftien mensen die vijf kwartier binnen mogen zijn. Diakenstudent Ed Doe maakt tussendoor de tafeltjes schoon. ‘Iedereen volgt netjes de regels op en er is geen gedoe’, vertelt hij. Ed is opgelucht dat De Jessehof weer open is, en dat de goede band met bezoekers niet verloren is gegaan, dat ze nog steeds komen voor een kop koffie en een praatje. De leegte die hij voelde in de lockdown, vertelt hij, voelde ook als een bevestiging van zijn roeping.

Lees hier het hele verhaal van Ed Doe.

Ook voor pastor Lizzy Beenhakker van de Heilige Familie Parochie op Goeree Overflakkee en in de Hoeksche Waard is het fijn dat de echte ontmoetingen weer op gang komen. Ze doet nu tuinbezoeken in plaats van huisbezoeken, maar de schrik zit er bij de oudere parochianen - in een gebied waar het op RIVM-kaart dieprood kleurde - nog flink in. Nu de vieringen hervat zijn, merkt ze de impact nog meer. ‘Alles was altijd zo vanzelfsprekend: mensen komen binnen, ze gaan zitten, ze gaan ter communie, geven elkaar een hand en praten met elkaar. Nu moet je heel erg nadenken bij alles wat je doet. Vooral oudere parochianen vinden nieuwe routines lastig. Ze willen op hun vertrouwde plek gaan zitten, maar dat kan niet. Je hebt dan een gastheer of -vrouw, of een koster nodig die geduldig kan uitleggen dat het anders moet voor de veiligheid van ons allemaal. Dat begrijpen de parochianen wel.’

Lees hier het hele verhaal van pastor Beenhakker.

Voor pastoor Dick van Klaveren, verbonden aan parochie Sint Jan De Doper in Gouda, was Sacramentsdag op 14 juni een bijzondere dag, omdat de communie weer kon worden uitgereikt. Er was daarbij een speciale ‘Week van barmhartigheid’ georganiseerd in samenwerking met Leiden met allerlei online activiteiten. ‘Ik weet van veel parochianen hoe belangrijk het ontvangen van de communie is. We mogen maar met weinig mensen bij elkaar zijn en parochianen moeten zich aanmelden, dat is eigenlijk niet zo katholiek. Maar vanwege corona moeten we het wel controleren en ik moet zeggen dat het hartverwarmend is om weer samen te vieren, al is het met een kleine groep.’ Hij kijkt terug op een schrale tijd voor het kerkelijk leven, waarbij hij van mensen hoorde dat ze het lastig vinden om vanuit zichzelf vast te houden aan het geloof. ‘Dat begrijp ik wel, want de Kerk is er om je te helpen in je gelovige vertrouwen op de Schepper en in je levende band met de Heer. Als je dan niet naar de viering kunt, ben je op jezelf teruggeworpen.’ Hij is blij met de online initiatieven en de momenten dat de kerken open bleven voor individueel bezoek. ‘Ik vind het indrukwekkend hoeveel parochianen zich daarvoor hebben ingezet en dat er zo velen trouw de kerk bleven bezoeken om te bidden en te aanbidden.’

Lees hier het hele verhaal van pastoor Van Klaveren.

Ook in het Brabantse Berkel-Enschot werd in de Johannes XXIII parochie op 14 juni Sacramentsdag gevierd en konden mensen na lange tijd weer de communie ontvangen. Pastoor Marcel Dorssers gebruikte daarbij speciale schermen en een pincet om de hostie op de hand te leggen. Omdat de pastoor pas sinds 1 mei in Berkel-Enschot werkt heeft hij zijn parochianen nog amper in levende lijve gezien. ‘Je ziet maar een paar gezichten en koffiedrinken na de mis is er ook niet bij. Voor je gevoel klopt het allemaal niet. Het is allemaal erg wennen maar tegelijk ook stappen naar normalisatie.’

Lees hier het hele verhaal van pastoor Dorssers.

Tags 
Kerken

Reacties