U bent hier

Over investeren, draagvlak & marketing van een kerk - verslag werkbezoek Adopteer een kerk #1

Bezoek Grote Kerk Schermerhorn © RCE

Bij een fris Noord-Hollands weertje bezocht op 18 maart een groep van zo'n 20 deelnemers van het project Adopteer een Kerk twee van de adoptiekerken: de kerk in Schermerhorn en de kerk in Opperdoes. Hoewel beide kerken wezenlijk van elkaar verschillen in omvang, staat van onderhoud en planvorming, kwam een aantal thema’s in beide kerken terug. Enerzijds betrof dat de vraag waar je, bij beperkte middelen, wel en niet in moet investeren en anderzijds ging het over het belang van lokaal draagvlak. Ten slotte werd ook nog het nodige uitgewisseld over de profilering en marketing van de kerken. In dit verslagje gaan we nader in op deze drie punten.

1. Investeer gericht om de opbrengsten te optimaliseren

In Schermerhorn werden de deelnemers ontvangen in een grote steenkoude voormalige laatgotische Nederlands-Hervormde kerk. Er was zichtbaar achterstallig onderhoud, de voorzieningen (toilet/keuken) waren pover en het stuc bladderde van de muren. De kerk was bovendien donker, ook al was het midden op de dag en de bijzondere kwaliteiten van de kerk sprongen nou niet gelijk in het oog. Kortom, het lijkt op het eerste oog een project waarin veel geld gestoken moet worden. Dat doet men ook, maar heel gericht en gebaseerd op een gezond businessplan. Er wordt namelijk alleen geld gestopt in die zaken die heel direct zorgen voor een betere exploitatie van de kerk, en dus hogere inkomsten. De bladderende stuc wordt bijvoorbeeld slechts afgeklopt en voorzien van een thermo shield. Wel wordt geïnvesteerd in het comfortabel en bruikbaar maken van de kerk zodat de kerk het hele jaar door geexploiteerd kan worden. Ook worden de unieke glas in lood ramen, de verborgen schatten van de kerk, gerestaureerd: zij zullen ingezet worden als unique selling point van de kerk. Alles gericht dus op het zo snel mogelijk volledig exploitabel maken van de kerk.

In Opperdoes was de situatie geheel anders. Een kleine, lekker warme voormalig hervormde kerk die licht toelaat en er piekfijn bij staat. Probleem is hier dat de kerk te klein is om voorzieningen, zoals toiletten en een keukentje te maken. Gelukkig heeft men een naburig klein gebouwtje kunnen verwerven waar zoiets wel mogelijk is. Maar de vraag is hoe de afstand van zo’n 15 meter tussen beide gebouwen  overbrugd moet worden. Een vaste verbinding lijkt aantrekkelijk. Maar het vraagt om een fikse investering en wat levert het op? Comfort zeer zeker voor de bezoekers die in weer en wind kunnen oversteken; maar levert het ook meer bezoekers op? Het gesprek bij het Adoptiebezoek ging dan ook al snel over de vraag of het geld bedoeld voor de verbindende corridor, niet beter benut kan worden voor het verbeteren van de voorzieningen. Hoe zei Voltaire het ook al weer: het beste is soms de vijand van het goede.

2. Zonder lokaal draagvlak geen duurzame exploitatie

Natuurlijk zijn er ondernemers die de exploitatie van een kerk op hun schouders nemen. Of nieuwe eigenaren die een (kleine) kerk verbouwen tot woning. Maar veelal wordt het voortbestaan van een kerk gedragen door de gemeenschap er om heen. Door een gedreven groep vrijwilligers die bereid is om hun trots op de kerk te delen met anderen. De kerk in Schermerhorn zal nog dit jaar in eigendom komen van Stadsherstel Amsterdam, zo is de nieuwste ontwikkeling, maar Stadsherstel vindt het voorwaardelijk dat de gemeenschap rondom de kerk blijft voortbestaan. Zij houden immers de kerk draaiende en verzorgen de exploitatie.

Ook in Opperdoes is het een stichting van bewoners en omwonenden die de kerk draagt. De kerk glimt aan alle kanten en wordt zorgvuldig gepoetst en onderhouden door een groep vrijwilligers. Een onmisbare zaak. Sterker nog, bij herbestemming geldt heel vaak: energie (van mensen) is meer waard dan geld want zonder een betrokken gemeenschap is een gebouw ten dode opgeschreven.

3. Een kerk is een verhaal

Tenslotte de positionering en marketing van een kerk. Tegenwoordig staat een herbestemde kerk er nooit alleen voor: allerlei herbestemde gebouwen, waaronder ook andere kerken, vechten vaak voor dezelfde bezoeker. Het is dan ook de kunst om de eigen kerk scherp te positioneren. Daarbij helpt het als een kerk bijvoorbeeld een mooi orgel heeft, of een bijzonder koor. Dat trekt altijd geïnteresseerden. Maar uiteindelijk komen veel bezoekers af op het verhaal van een kerk. Een kerk kun je immers ook zien als een persoonlijkheid, waarbij het voorkomen en het karakter gevormd wordt door z’n verleden. De verhalen hebben de kerk gemaakt tot wat zij is. In het geval van Schermerhorn en Opperdoes zijn het beide kerken die gesticht zijn in een vissersdorp. Want in vroegere tijden lag Schermerhorn aan twee meren en werd er, net als in Opperdoes, vanuit het dorp gejaagd op walvissen. De schitterende gebrandschilderde glazen zijn daar oa de getuigen van. In Opperdoes is er het gezamenlijk door de vissers opgebrachte noodfonds voor weduwen van op zee verdronken zeelieden en in de golven verdwenen schepen dat als verhaal verbonden is met de kerk. Een fonds dat nog steeds bestaat en uitkeert aan behoeftigen.

Maar daarnaast mag niet alleen naar het verleden gekeken worden. Ook de actualiteit biedt aangrijpingspunten en voedingsbodem voor nieuwe verhalen. Opperdoes is natuurlijk bekend vanwege z’n super aardappel: de Opperdoezer Ronde waaromheen al allerlei activiteiten georganiseerd worden. Dat lijkt een kwestie van aansluiten dus. Schermerhorn ligt in het werelderfgoed van De Beemster en kan rekenen op een continue stroom aan fietsers en bezoekers: een kwestie van binnenhalen lijkt het. Natuurlijk, de praktijk is altijd weerbarstiger dan de theorie, maar wie goed kijkt naar het gebouw, z’n geschiedenis en z’n huidige plek in het dorp/stad kan altijd aangrijpingspunten vinden die leiden tot een eigen verhaal, een eigen unique selling point. En dat verkoopt.

Frank Strolenberg & Paul Morel (beiden ‘coach’ binnen het project Adopteer een Kerk)

Reacties