U bent hier

Terugkijken: De Kerk als Kerk

Het mooiste gebruik van een kerk is toch wel het oorspronkelijke gebruik. Tijdens de zesde uitzending van de Kerk van alle Kanten (hier terug te kijken) waren alle gesprekspartners het er wel over eens: voortgaand religieus gebruik heeft de voorkeur. Voor meer dan de helft van de oorspronkelijke 7100 gebedshuizen in Nederland blijft dit ook van toepassing. 

Als eerste kwam Karien van Velsen, hoofd bouwzaken bisdom Rotterdam, aan het woord. Zij benoemde het belang van openstaan voor de ander. Karien: ‘Het is soms lastig om door de ogen van een kerkeigenaar te kijken. Het zijn vrijwel allemaal vrijwilligers. Je moet je daar wel in kunnen verplaatsen. Doe je dat, dan kun je ook op een goede manier met elkaar het gesprek aangaan.’  Jorien Kranendijk, deelprogrammamanager Toekomst Religieus Erfgoed bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, vulde aan: ‘Een kerkgemeenschap kijkt toch heel anders naar het gebouw. Voor hen is het een dak boven hun geloof(sgemeenschap) in plaats van vastgoed. Alleen al dat besef maakt het onderlinge gesprek een stuk makkelijker.’

Een plek waar de ziel kan schuilen
In de column sprak Mees te Velde, oud-hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkgebouw, over beweging als de kern van kerkzijn. Het kerkgebouw is hierbij een plek voor de gemeenschap, maar ook voor het individu. Hoe kan een kapel bijvoorbeeld iets betekenen na een slecht gesprek in het ziekenhuis? Dat je daar even wilt gaan zitten. Dat je daar een stilteplek hebt, tot rust en tot bezinning komt. Dat je een plek hebt waar de ziel kan schuilen. Hij pleit voor een kerk die in beweging blijft, in de samenleving zoals die nu is.

Ruimte en bezieling
Bezieling en vrijwilligerswerk waren thema’s die ook veelvuldig terugkwamen in het eerste tafelgesprek. Gemiddeld per kerkgemeenschap zijn er zo’n 80 vrijwilligers. Zo zei Klaas van de Kamp, Classispredikant van de Protestantse Kerk in de regio Overijssel-Flevoland: ‘In het gebouw zit ook een bepaalde energie. Je komt thuis, je voelt je er op je gemak. Die energie zit hem ook in dat je je opgenomen voelt in een verhaal van generaties. Dat je even een reden hebt om stil te zijn. Wij mensen hebben die behoefte.’ 

Gerard Bol, PR-vrijwilliger Parochiekern H. Joannes de Doper in Katwijk: ‘Ik denk dat de grootste opgave is dat de professionals ruimte en lucht geven aan vrijwilligers. Wij hebben zo veel talenten. Loslaten is een van de moeilijkste Nederlandse werkwoorden. Ik zou zeggen: geef mensen de ruimte om zelf hun geloofsgemeenschap vitaal te houden en meer betrokkenheid van de wereld eromheen te regelen. Want uiteindelijk is de parochie er voor én van de parochianen.’

Tom Mikkers, theoloog Remonstrantse Kerk Utrecht: ‘Wij hebben sinds de jaren zestig wel te maken met een terugloop van zo’n 70 tot 80 procent. We hebben wel een actieve groep van vrijwilligers. Dat is mooi natuurlijk. Maar als we het hebben over het kerkgebouw, dan moet je ook wel een bepaalde expertise hebben. Soms zijn vrijwilligers ook wel een ballast om in een moeilijke periode beslissingen te nemen. Dan kan bijvoorbeeld iemand heel erg gehecht zijn aan een kanselkleed, maar moet je toch veranderingen doorvoeren. Voor het nadenken over het gebouw is dat soms best complex.’

Henk de Gelder, ouderling-kerkrentmeester Augustijnenkerk Dordrecht en architect bij RoosRos Architecten: ‘Bij ons komt er ook best wat jeugd naar de kerk. Daar zijn we erg blij mee, want de jeugd heeft natuurlijk de toekomst. We stoppen daar dan ook veel tijd en energie in. We kijken bijvoorbeeld hoe we ze ook persoonlijke aandacht kunnen geven. Zeker in deze coronatijd is dat van wezenlijk belang. De eredienst missen ze, maar ook het contact met elkaar. Ik merk dat er momenteel onder de jeugd een schreeuw naar aandacht is, ook vanuit de kerk.’

Concluderend valt op dat de focus van de meeste kerkgemeenschappen ligt bij de eigen gemeenschap en hoe ze die vitaal kunnen houden. Het gebouw staat ten dienste van deze focus. Alle zaken die voor dit gebouw geregeld moeten worden, betekenen extra werk, energie en vaak financiën die niet ingezet kunnen worden voor het primaire doel. Daarbij vraagt de exploitatie en beheer van een kerkgebouw tegenwoordig een behoorlijke expertise op allerlei gebieden. 

Focus en eigen kracht
Het tweede tafelgesprek ging over mogelijke kansen en oplossingen voor kerkgebouwen. Daarbij kwam ook het financiële vraagstuk ter sprake. Freek van Genugten, secretaris van de bisschop, pleit voor een focusverschuiving naar de kerkgebouwen die behouden kunnen blijven voor het geloof, want nu ligt de nadruk te vaak op de gebouwen die uit de eredienst gehaald worden. ‘Een katholiek kerkgebouw is een sacrale ruimte. Onze focus ligt op het verkondigen van het geloof. Je wilt missionair zijn vanuit het gebouw. Maar het is natuurlijk ook een financieel verhaal. De kosten voor het gebouw moeten wel worden opgebracht. En in de rooms-katholieke leer kan een gebouw niet voor andere doeleinden worden ingezet. Als er dus minder kerkgangers zijn, nemen ook de inkomsten af terwijl de kosten voor het gebouw blijven. Uiteindelijk zul je daarom gebouwen moeten afstoten om andere kerkgebouwen open te kunnen houden. Maar de focus van de parochie zou wel moeten zijn: welke kerk willen we openhouden en niet welke willen we afstoten. Soms verwachten partijen dat wij ook andere functies in een kerk kunnen toelaten, maar wij zijn onderdeel van een wereldkerk en gehouden aan de regels die daar gelden. Bovendien, op wereldniveau groeit de rooms-katholieke kerk dus het denken over krimp en herbestemming staat in Rome niet hoog op de agenda. 

Gerben van Dijk, voorzitter commissie Protestantse visie op het kerkgebouw: ‘Wij kijken niet alleen naar sacraliteit, maar ook hoe de samenleving naar zo’n gebouw kijkt. Als de gemeenschap zegt: voor mij is het een bijzonder gebouw, dan proberen we het te behouden. Met herbestemming ben ik pragmatisch. Maar het doet toch ook wel pijn als een kerk dicht gaat of een nieuwe functie krijgt. We moeten ons afvragen welke plek de kerk kan innemen in onze samenleving. Voor ons geldt: wij zijn in eerste instantie een plek van samenkomst. Zo is mijn eigen kerk een aantal dagen in de week open en heeft ze deels ook een toeristische functie. Je moet dus nadenken over hoe haal je voldoende middelen binnen om de exploitatie te blijven doen.‘ 

Annelies van der Kolk, voorzitter Stichting Oude Gelderse Kerken: ‘We hebben 16 gebouwen in eigendom: kerken, synagogen en torens. In sommige kerken wordt niet meer gekerkt, maar in de meeste wel. We hebben de expertise, het geld en de mensen om een kerkgebouw in stand te houden. Daarom komen kerkeigenaren vaak bij ons. Als dat gebeurt, vertel ik wat de procedure is om een kerkgebouw over te nemen. We kunnen ze ook steunen. Als belangrijk aandachtspunt zie ik de betrokkenheid van inwoners bij ons religieus erfgoed. Als die betrokken zijn, dan heb je een goede kans dat het religies erfgoed in de toekomst behouden blijft. Maar onze focus ligt nu ook op kerken zo lang als maar kan kerk laten zijn; wij zitten niet te wachten op meer kerken. Dus proberen we samen met de provincie te kijken wat kerken nodig hebben om door te kerken en daarbij te ondersteunen.’ 

Op de eindvraag voor de oplossing naar de toekomst toe pleiten de tafelgasten om in een vroeg stadium als kerkgemeenschap het gesprek aan te gaan onderling en met andere partijen om in gezamenlijkheid te kijken naar de oplossingen en mogelijkheden. Gebruik daarbij ook vooral de kracht van de gemeenschap eromheen en houd vooral bezieling!

Reacties