U bent hier

“Ruimte voor klank? Geef klank de ruimte!”

maandag 7 december 2015 - 11:52

Afbeelding 1. Doopsgezinde Kerk Akkrum.

Klinkend erfgoed bedreigd, nieuwe kansen en ontwikkelingen
 

Het is een groeiend probleem: kerken die niet meer als kerk functioneren en een ander gebruik hebben gekregen met daarin een orgel, luidklok en/of torenuurwerk, niet zelden historisch en waardevol. De nieuwe eigenaar of gebruiker weet er geen raad mee, er is geen vaste organist meer, de klok wordt nooit meer geluid en wat is gemaakt om te klinken, staat er verweesd bij. Dat is jammer, want een klinkend monument dat niet langer van zich kan laten horen, is in feite in gevaar.

Gebruikers van het klinkend erfgoed zijn essentieel zijn voor het in goede staat houden van deze bijzondere objecten. Ieder instrument heeft een mentor nodig die de onderhoudstoestand van het instrument bewaakt. Alleen hij of zij kan tijdig aangeven wanneer de onderhoudstoestand achteruit gaat, plotselinge schades optreden of ondeskundig onderhoud wordt gepleegd. Een goed geïnstrueerde mentor of gebruiker bespaart uiteindelijk de eigenaar veel geld. Tijdig ingrijpen voorkomt achterstallig onderhoud en kostbare restauraties.

De doopsgezinde kerk in Akkrum moest haar deuren sluiten en verhuurde vervolgens de kerk, met daarin een fraai orgel van de Leeuwarder orgelmaker Van Dam, aan een bloemenzaak. De eigenaresse van de winkel stelde op een gegeven moment de vraag wat zij met het orgel aan moest. Ze kon door verwezen worden naar een professionele organist en adviseur die haar met raad en daad ter zijde stond. Helaas was de winkel geen lang leven beschoren en sloot men de deuren na twee jaar. Binnenkort wordt er een yogastudio in gevestigd. Yoga onder orgelklanken…? (Zie afbeelding 1)

Veelvuldig wordt de vraag gesteld of de luidklokken, uurwerken en orgels gebonden zijn aan de ruimte waar ze staan of dat ze ook verplaatst kunnen worden. Voor luidklokken en uurwerken is deze vraag vaak minder nijpend; ze hangen of staan in aparte architectonische bouwdelen die zelden bij een mogelijke herbestemming van een nieuwe functie worden voorzien. De objecten daarin kunnen meestal ongemoeid blijven. Van belang is dat de toekomstige eigenaar goed wordt geïnformeerd over deze objecten en de zorg die ze minimaal nodig hebben om hun voortbestaan te kunnen garanderen.

Voor de orgels is de problematiek veel ingewikkelder: ze staan in de ruimte die een nieuwe functie moet gaan krijgen. Door herinrichting wordt het gebruik van deze instrumenten vaak drastisch beknot. Daarnaast wordt vaak gestreefd naar een, aan de nieuwe functie aangepaste, klimaatbeheersing. Het gevolg kan zijn dat door de gewijzigde omstandigheden het instrument grote schade kan gaan oplopen. Verwijderen lijkt dan de enige optie.

Toch zijn ook in deze situatie alternatieven mogelijk waarbij het orgel wel in gebruik kan blijven. Het instrument verdient dan wel zorg en een, op de nieuwe situatie, afgestemd gebruik. Op initiatief van de Vereniging Beheerder Monumentale Kerken en de RCE is het platform Klinkend Erfgoed opgericht. Dit platform richt zich met name op deze nieuwe situaties en probeert eigenaren en gebruikers te ondersteunen met informatie om tot verantwoorde keuzes te komen. De recent uitgebrachte “orgelwaaier”, een praktische handleiding voor gebruik en onderhoud van de orgels, blijkt te voorzien in een grote behoefte (dit document is als link bijgevoegd).

En dan blijken er vaak onvermoede uitdagingen en oplossingen te kunnen ontstaan. In de Zwolse Broerenkerk heeft dat geleid tot een variant waarbij de boekhandel niet langer gezien wordt als een winkel maar de ruimte als een “beleving” met daarin allerlei activiteiten zoals concerten, voordrachten en presentaties. Een heuse “lounge”omgeving ontbreekt daarbij niet; in het koor van de kerk is een comfortabel caféachtige omgeving gecreëerd waar de bezoekers op hun gemak kunnen lezen onder het genot van een drankje. (Zie afbeelding 2)

Een herbezinning op het instandhoudingbeleid rondom het Klinkend Erfgoed is van groot belang geworden, zeker als het gaat over verantwoord beheer, gebruik en toezicht. In dit opzicht dienen er, met name in regio´s met veel plattelandskerken waar weinig gekwalificeerde gebruikers zijn, wellicht regionale beheerders te komen, wellicht zelfs interconfessioneel. De Stichting Oude Groninger Kerken werkt al jaren met een dergelijke mentorschap en heeft daar goede ervaringen mee opgedaan.

Hierdoor geïnspireerd is vanuit het platform Klinkend Erfgoed  een werkgroep “Mentoraat Klinkend Erfgoed” opgericht met als doel om landelijk iets te doen aan deze problematiek. In eerste instantie richt de werkgroep zich op de groeiende groep monumentale orgels zonder vaste bespeler. Door studiedagen te organiseren, een gedragscode voor mentoren vast te leggen en hen op te leiden in de uitoefening van hun rol hoopt de werkgroep op termijn te kunnen voorzien in deze leemte. De mentor zal dan niet alleen als vraagbaak dienen voor de gebruikers  maar ook periodiek de instrumenten controleren. En als er dan instandhoudingplannen moeten worden opgesteld kan de betreffende mentor daar een sturende rol in spelen. Door op gezette tijden de hen toevertrouwde objecten langs te gaan voorkomen zij dat deze, door achterstallig onderhoud of verkeerd gebruik, in hoog tempo vervallen. Op dit moment heeft de werkgroep een uitvoeringsrichtlijn voor orgelbouw opgesteld en wordt er een landelijk netwerk van vrijwilligers opgezet, die zich bezig gaan houden met de dagelijkse zorg rondom het Klinkend Erfgoed. De ontwikkelingen van dit platform zijn te volgen via hun website (www.klinkenderfgoed.nl).

Voor de luidklokken heeft zich al een nieuwe vorm van verantwoord gebruik en beheer aangediend: de luidklokkengildes. Gestart in Utrecht, rondom de luidklokken van de Dom, ontstaan meer en meer groepen vrijwilligers die op vaste tijden handmatig de klokken luiden. Dit klokluiden heeft in veel gevallen niet alleen een religieuze betekenis maar vervult steeds meer ook een maatschappelijke rol. Denk aan het op grote schaal luiden van de luidklokken toen het neerstorten van het vliegtuig van Malaysia Airlines, MH17, werd herdacht. In tal van plaatsen, zowel in de grote steden als op het platteland, zien we dat de traditie van het handmatig luiden van klokken weer in ere wordt hersteld. Hiermee worden de klokken niet alleen weer hoorbaar maar de geoefende klokkenluider bewaakt door het handmatig luiden ook de onderhoudstoestand van de klokken. Vanzelfsprekend dienen hierbij ook doelstellingen en uitgangspunten te worden geformuleerd om het klokluiden op een verantwoorde manier te laten plaats vinden.

Met de komst, in de 20e eeuw, van elektrische en elektronische uurwerken vond menig eigenaar het, om praktische redenen, beter om de oude uurwerken te vervangen in plaats van tijd en geld te investeren in onderhoud en reparatie. De instandhouding van mechanische uurwerken lijkt immers een functioneel anachronisme. Veel mechanische uurwerken zijn sindsdien buiten werking gesteld, naar onbeschermde locaties verhuisd of zelfs geheel verdwenen. Hoewel veel mechanische uurwerken verdwenen zijn, is er gelukkig ook een groot aantal bewaard gebleven om ons nageslacht te laten zien hoe de openbare tijdsaanwijzing gedurende de eeuwen is geëvolueerd naar de hedendaagse elektronische perfectie. Het besef dat historische uurwerken deel uitmaken van ons gemeenschappelijk cultureel erfgoed maakt behoud zeer relevant.

Samen met de luidklokken vormen de uurwerken een samenbindend element in onze maatschappij. Immers, het luiden van de klok als signaal bij belangrijke blijde maar ook droeve gebeurtenissen, en het zien van de tijd maakt ons, samen met onze omgeving, deelgenoot van het vergankelijke. “Tempus fugit”… de tijd vliedt……! In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht (en vanzelfsprekend wordt gepropageerd door degenen die er een economisch belang bij hebben), is het zelden nodig om het uurwerk te vervangen; wat mensenhanden hebben gemaakt, kunnen mensenhanden duurzaam herstellen. Het is daarbij altijd mogelijk om het torenuurwerk te laten functioneren als in vroeger tijden. Ook hiervoor ontwikkelt het platform Klinkend Erfgoed aanbevelingen.

Rudi van Straten
Senior specialist Klinkend Erfgoed RCE.

Reacties