U bent hier

Pas als je kijkt, ga je het zien.

dinsdag 24 september 2019 - 13:15

Hoe kun je als regionaal kerkbestuur burgerlijke gemeenten en lokale kerken meekrijgen in het opstellen van een kerkenvisie? Klaas van der Kamp, classispredikant van de protestantse kerk in Overijssel en Flevoland, neemt hier een actieve rol in. Hij ging al bij verschillende gemeenten langs om het thema te promoten. ‘Vaak merk ik dat het een eyeopener is als je laat zien hoe de vragen elkaar als dominostenen kunnen raken.’


‘Ik zal het eerlijk zeggen. Als ik op vakantie ben, loop ik stad en land af. Ik bezoek talloze kerken en kloosters. Maar in mijn eigen woonplaats kom ik er niet aan toe. Ik vind het blijkbaar vanzelfsprekend dat de gebouwen er zijn.’

Ik sprak met een wethouder in onze regio over de kerkenvisies. Ons regionale kerkbestuur (we noemen dat een classis) had me op pad gestuurd. Ik moest wethouders en kerkbesturen motiveren kerkenvisies te maken. En nu stond ik met een wethouder ergens in Overijssel te praten bij de koffieautomaat. We hadden een break in ons gesprek en waren de gang op gelopen. Ik vroeg naar zijn vakantie. Hij betrok de vraag op het doel van mijn reis: gemeenten overtuigen van de meerwaarde van een kerkenvisie.

De wethouder zag bij zichzelf een zekere inconsequentheid. Met vakantie ging hij op kerkenpad. Eenmaal thuis nam hij als vanzelfsprekend aan dat al die religieuze gebouwen de tijden doorstaan. ‘We waren deze zomer op Kreta’, zei de wethouder, ‘we bezochten alles wat een kruis of een halve maan draagt. In Chania zag ik zelfs een gebouw van moslims en christenen samen. Aan de ene kant stond een klokkentoren met een kruis. Aan de andere kant een minaret. Ik wilde er alles van weten. En thuis in mijn eigen woonplaats hou ik me amper met dat soort vragen bezig. Laat staan dat ik een visie heb op de toekomst. We denken wel na over de spreiding van openbaar groen; elektrische laadpalen voor Tesla’s; huisvesting voor onderwijs, werkplekken voor ambtenaren, instandhouding van cultureel erfgoed. Maar dat je als gemeenschap een idee zou kunnen hebben bij de toekomst van kerken, moskeeën en tempels is nooit in me opgekomen.’

Het valt me bij mijn bezoeken op dat veel wethouders en kerkbestuurders van goede wil zijn. Soms laat een wethouder zich overtuigen als ik en passant meld dat er al geld is gereserveerd door de landelijke overheid. Vaak merk ik dat het een eyeopener is als je laat zien hoe de vragen elkaar als dominostenen kunnen raken. Ik geef dan een hypothetisch voorbeeld. Stel: er is een christelijke gemeente, die een historisch gebouw wil afstoten. Een andere christelijke gemeente wil het pand wel overnemen. De overnamekandidaat maakt het weer mogelijk het eigen pand om te bouwen tot een buurtcentrum. Of ik noem het voorbeeld van de burgerlijke overheid die werkplekken zoekt en kan intrekken bij een kerkelijk centrum. Dat maakt de exploitatie eenvoudiger.

Ik bereid de bezoeken goed voor. Soms leer ik straatnamen uit het hoofd waar een religieus gebouw te vinden is. Die noem ik dan in zo’n gesprek. ‘U zult wel weten dat er ook in de Beekstraat twee gebouwen zijn?’, zeg ik dan. En dan zie ik mensen peentjes zweten. ‘Ja, toe, help me even. Welke zijn het ook al weer?’, zeggen ze dan. En ik noem de denominaties en voeg er als een soort Johan Cruijff aan toe: ‘Tja, pas als je gericht kijkt, ga je het zien, nietwaar?’

Klaas van der Kamp
classispredikant Protestantse Kerk Overijssel-Flevoland

Taal 
Nederlands

Reacties