U bent hier

‘Voor veel kerken is een flinke energiebesparing haalbaar'

dinsdag 28 mei 2019 - 16:27

Een glas-in-loodraam in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Dit soort ramen moet uiteraard behouden blijven, maar de isolatiewaarden zijn slecht.

Willen we religieus erfgoed verduurzamen, dan moeten we niet alleen rekening houden met het gebouw zelf, maar ook met mogelijke veranderingen in de toekomst, schrijft onderzoeker Birgit Dulski. 


Religieus erfgoed is een bijzondere categorie gebouwen, ook voor adviseurs en onderzoekers op het gebied van duurzaamheid. Vanwege de architectuurhistorische en cultuurhistorische waarde en de betekenis voor de omgeving, maar ook door de uiteenlopende persoonlijke opvattingen van betrokkenen.

Zoeken naar de balans

Als adviseur bij het NIBE (Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie) denk ik samen met collega’s sinds 2010 mee over de verduurzaming van 12 Nederlandse kerken. Veel van deze kerken zijn nog in gebruik als kerk, vaak met een nevenfunctie. Een aantal heeft een volledig nieuwe bestemming gekregen. Dat ze de torenhoge energiekosten omlaag willen brengen en de gebouwen comfortabeler willen maken, zodat ze ook voor bijvoorbeeld concerten of exposities gebruikt kunnen worden, is voor veel kerken reden om een duurzaamheidsadvies te vragen.

Het budget van de meeste kerken is beperkt. We moeten in onze adviezen daarom zoeken naar een balans tussen erfgoedwaarden, beschikbaar budget, eisen en wensen aan het comfort, passend bij de locatie én bij de religieuze en persoonlijke opvattingen van beheerders en bezoekers.

Veelvoorkomende situaties

Elk duurzaamheidsconcept is dan ook maatwerk. Toch komen verschillende situaties die invloed hebben op de verduurzaming van kerken vaak voor:

  • De kerk wordt onregelmatig gebruikt, waardoor snelle opwarming wenselijk is.
  • De installaties zijn verouderd. Met hoge temperatuur luchtverwarming warmt de ruimte bijvoorbeeld sneller op, maar vanuit duurzaamheidsperspectief is dat geen wenselijk systeem.
  • Er is een hoge kerkzaal waarbij warmte bovenin de zaal blijft hangen.
  • Vloeren, gevels en daken zijn niet geïsoleerd en (de vaak prachtige glas-in-lood) ramen hebben enkele beglazing.
  • Het interieur beperkt soms de mogelijkheden voor duurzame ingrepen. Je kunt kwetsbare tegels op de vloer bijvoorbeeld niet zomaar weghalen en er vloerverwarming onder leggen.
  • Elementen zoals kunstwerken en orgels zijn gevoelig voor temperatuur- en vochtschommelingen, waardoor de basistemperatuur ook op dagen waarop de kerk niet in gebruik is niet te laag mag zijn.

Deze situaties maken verduurzaming lastiger, maar uit onze eigen adviezen en uit talrijke andere voorbeelden blijkt dat voor veel kerken een flinke energiebesparing wel haalbaar is. Sommige ingrepen zijn arbeidsintensief, kostbaar en moeten bij deze kwetsbare groep gebouwen zorgvuldig worden uitgevoerd. Er moet rekening worden gehouden met onderhoudsplannen en afgewogen worden of een bepaalde ingreep daadwerkelijk passend is voor deze kerk. Zo is het vervangen van verouderde luchtverwarmingsinstallaties en oude cv-ketels door bijvoorbeeld vloerverwarming en een warmtepomp ingrijpend, maar kan het wel tot flinke energiebesparing leiden.

Andere ingrepen zijn op korte termijn haalbaar, zoals het plaatsen van reversibele tochtportalen, zonnepanelen op daken die vanaf de publieke ruimte niet zichtbaar zijn en energiezuinige verlichtingsconcepten. Maar ook veranderingen in het gedrag van huurders en de inrichting van de ruimten kan tot energiebesparing leiden. Zo kun je de binnentemperatuur aanpassen, ruimtes slechts gedeeltelijk verwarmen of de tijden van nevenfuncties zo afstemmen dat de ruimte minder vaak hoeft te worden verwarmd.

Een gewelf in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Gewelven komen vaak voor in kerken. Soms is het mogelijk om daarboven te isoleren, maar dit vraagt om zorgvuldig uitzoekwerk en dient omkeerbaar uitgevoerd te worden.

Toekomst

Mijn werk als adviseur combineer ik met een baan als onderzoeker bij de Nyenrode Business Universiteit in de leerstoel van hoogleraar Anke van Hal: Sustainable Buildings & Development. Vanuit deze functie heb ik samen met Menno Heling van ifthenisnow.nl het initiatief genomen voor CODE49, een lerend netwerk gericht op Cultureel Ondernemen in Duurzaam Erfgoed. In het netwerk zijn verschillende werkgroepen actief, waarvan een zich richt op het gedachtegoed ‘How Buildings Learn’ van Stewart Brand. Dit gedachtegoed gaat ervanuit dat gebouwen nooit ‘af’ zijn, maar door de gebruikers continu worden aangepast aan eisen en wensen, die mede bepaald worden door de tijdgeest.

Dat de keuze voor energieconcepten, ook in kerken, mede bepaald wordt door de tijdgeest bleek tijdens een recente bijeenkomst van deze werkgroep in De Nieuwe Kerk in Amsterdam, een van de cases die de groep analyseert. De Nieuwe Kerk werd 10 jaar geleden nog verwarmd door luchtverwarming en grote infraroodbakken, een oplossing die voor deze kerk mede vanuit esthetische overwegingen niet meer acceptabel was. Tegenwoordig wordt de Nieuwe Kerk verwarmd door vloerverwarming en is de temperatuur er in de winter niet hoger dan 18-19 graden.

Technische ontwikkelingen gaan tegenwoordig snel. Er komen steeds nieuwe isolatiematerialen op de markt, glas met isolerende eigenschappen wordt steeds dunner en lichter en veel duurzame installaties worden rendabeler. Nog steeds gaat de aandacht, ook in onze eigen adviezen, vooral uit naar energiebesparing en duurzame energieopwekking. Er is echter nog een wereld te winnen op het gebied van warmte- en koude-uitwisseling. Kerken hebben over het algemeen een warmtevraag. Vaak zijn in de directe omgeving winkels, kantoren of horeca te vinden die behoefte hebben aan koeling. Het uitwisselen van warmte en koude is technisch al goed mogelijk maar gebeurt in de praktijk nog niet vaak. Te groot zijn de zorgen over moeilijke processen, verlies van flexibiliteit, noodzaak voor samenwerking met andere partijen, hoge kosten etc. Maar wat zou het mooi zijn als we in de toekomst vanuit steeds meer kerktorens naar een omgeving kunnen kijken waar energieverslindende en ontsierende airco’s op daken en gevels verdwenen zijn, omdat de overtollige warmte geleverd wordt aan de kerk!

Om tot een passend duurzaamheidsconcept te komen, moeten we daarom niet alleen naar het gebouw zelf, maar ook naar de locatie en de gebruikers in de omgeving kijken én rekening houden met mogelijke veranderingen in de toekomst. Welke functies in de omgeving zullen naar verwachting niet snel veranderen? En welke kansen biedt dit voor een duurzaam energieconcept?

Meer informatie

Reacties