U bent hier

5 goede redenen voor een procesbegeleider

woensdag 25 september 2019 - 14:11

Een procesbegeleider inschakelen om te helpen bij het tot stand brengen van een kerkenvisie – waarom zou je dat als gemeente doen? Drie procesbegeleiders geven antwoord op basis van hun ervaringen in zes pilotgemeentes. ‘Dé kerkenvisie bestaat niet.’

‘Het mooiste moment is als je merkt dat er iets verandert’, vertelt procesbegeleider Jasper van Deurzen. ‘De partij, die de eerste avond nog stil en argwanend in een hoekje zat, brengt de derde avond een idee naar voren. Dan weet je: nu gebeurt er wat. Argwaan is veranderd in betrokkenheid. We boeken vooruitgang.’

Procesbegeleiders Mirjam Blott, Alwin Kaashoek en Jasper van Deurzen zijn ieder sinds ruim een jaar betrokken bij de kerkenvisies zoals die worden ontwikkeld in zes pilotgemeentes: Zaanstad, Amersfoort, Rotterdam, Súdwest-Fryslân, Ooststellingwerf en Oss. Reflecterend op het proces tot nu toe zien zij 5 goede redenen om als gemeente een procesbegeleider in te schakelen.    

1. Het gaat om méér dan religieus erfgoed

Alwin: ‘De (vermeende) scheiding van kerk en staat is toch vaak een hobbel. Vooral in politieke zin. Men denkt dan: dit gaat over religie, dus wij kunnen niets doen. Maar in feite gaat het gewoon om vastgoed. Met een specifieke culturele, maatschappelijke of sociale functie, dat wel. Maar dat geldt ook voor bijvoorbeeld concertzalen of landhuizen.’

Mirjam: ‘De kerkenvisie gaat over de vraag wat je doet of wilt doen met het religieuze erfgoed in je gemeente. Maar de waarde van die gebouwen hoeft niet religieus te zijn. Die kan bijvoorbeeld sociaal-maatschappelijk, cultureel-historisch of architectonisch zijn. Zo blijkt telkens weer dat religieuze gebouwen belangrijk zijn voor de identiteit van een omgeving. Daar moet je als overheid rekening mee houden.’

Jasper: ‘Religieus erfgoed is dus niet alleen een zaak van de afdeling Monumenten binnen de gemeente. Ook al zal een ambtenaar van die afdeling vaak de projectleider zijn van de kerkenvisie. Religieus erfgoed gaat ook over beleidsterreinen als leefbaarheid, ruimtelijke ordening en toerisme. Je wilt dus bereiken dat er vanuit die beleidsterreinen ook wordt meegedacht over de kerkenvisie. En dat er binnen het ambtelijke apparaat kennis van, en draagvlak voor, de kerkenvisie is.’

2. Brug tussen kerk en overheid

Alwin: ‘Kerkgemeenschappen en overheden hebben soms weinig kennis van elkaar. Ik heb ambtenaren in Rotterdam een ‘minicollege’ gegeven over de denominaties en de daarbij horende culturen, die ze binnen de gemeentegrenzen hebben. Lessen in: wat zijn de gevoeligheden? Hoe benader je elkaar het beste? Die kennis was er helemaal niet. Aan de andere kant zie je bij religieuze gemeenschappen wel argwaan. Men is sceptisch over de aandacht van de overheid, na jaren van veronachtzaming. Maar als men eenmaal met elkaar in gesprek is – en eventuele grieven zijn geuit – dan ontstaan er een zekere luwte en wederzijds begrip en interesse in samenwerking. Het is heel belangrijk dat je kunt zorgen dat er een sfeer van vertrouwen ontstaat.’ 

Mirjam: ‘Ik doe dat vaak door eerst individuele gesprekken te voeren. Zodat je als stakeholder in alle rust en beslotenheid kunt vertellen wat er voor jou speelt. Van daaruit kun je gaan zorgen dat alle stakeholders elkaar kennen en willen vinden. Zo kan er een netwerk ontstaan waarin je vroegtijdig signalen kunt geven als je bijvoorbeeld hulp nodig hebt. Of je wilt met andere partijen iets organiseren, zoals een evenement of festival. Ik merk ook dat ambtenaren soms denken dat ‘kerkenvisie’ een ander woord is voor ‘herbestemming’. In de praktijk blijkt nogal eens dat kerkgemeenschappen, ook al krimpen ze, gewoon door willen gaan. Daar kun je als overheid niet aan voorbij gaan.’

3. Frisse blik en frisse input

Mirjam: ‘Het komt wel voor dat de stakeholders rondom religieus erfgoed in de loop der jaren vooringenomen denkbeelden over elkaar hebben ontwikkeld. Het is mijn rol om ze daaruit te halen. Door bijvoorbeeld input van buiten in te brengen. In Zaanstad zijn we via het Atelier Rijksbouwmeester gaan samenwerken met een architect. Die kan zorgen dat je een nieuwe kijk krijgt op gebouwen die je al meende te kennen. Doordat de architect bijvoorbeeld een programma van eisen schematisch vertaalt en inzichtelijk maakt, kun je met een frisse blik kijken naar de aard, functies en mogelijkheden van een (kerk)gebouw. Daardoor krijg je andere gesprekken. Meer open.’

Jasper: ‘Ooststellingwerf gaat een website ontwikkelen waar de dialoog over de toekomst van het plaatselijke religieuze erfgoed door kan blijven gaan. Dat is weer eens een heel andere manier van met de thematiek omgaan. Gemeenten willen vaak wel een stakeholderinventarisatie doen en ontwikkelen op basis daarvan een communicatiestrategie. Dan is het: dit is de boodschap en zo brengen we die over. Maar doe eens een stakeholderanalyse. Zodat je je echt kunt verdiepen in de belangen van de andere partijen. Dat je je een beeld kunt vormen op welke waarden die belangen zijn gestoeld. Dat opent de weg naar een echte dialoog en naar een proces waarin je gezamenlijk bepaalt wat het beste is.’

4. Goed procesmanagement op onontgonnen terrein

Jasper: ‘Vaak weten we bij het begin van het traject nog niet precies waar we aan beginnen. Het is onze rol om het proces op gang te helpen. De projectleider (van de gemeente) heeft de leiding; onze rol is daaraan ondergeschikt. We brengen het veld van stakeholders in kaart, leggen contacten en helpen bij het ontstaan van een goed netwerk. Stel, je wilt als projectleider een bijeenkomst organiseren met stakeholders. Dan adviseer ik over zaken als: de opzet van de avond, wie je aan tafel wilt, hoe je wilt uitnodigen, welk resultaat je wilt behalen. Op zo’n bijeenkomst kun je zelf de rol van expert spelen. Ik leg dan bijvoorbeeld uit wat de kerkenvisie allemaal kan inhouden.’

Alwin: ‘Ik vergelijk mijn rol weleens met die van een scriptiebegeleider. Ik ben niet primair voor de inhoud, maar zorg wel dat die scriptie er komt. Dat proces, daar gaat het om. Dat richt ik in. Vaak wordt aan het begin van het traject onderschat hoe groot en veelomvattend zo’n traject is. Dé kerkenvisie bestaat niet. De ene visie kan een uitgewerkt plan van aanpak zijn, de andere de afspraak dat je regelmatig contact met elkaar onderhoudt. Het is vaak een, wat je noemt, levend document. Feit is wel dat je als procesbegeleider moet zorgen dat er op een bepaald moment iets wordt vastgesteld. Zo hebben we in Rotterdam de wensen van 140 kerkgemeenschappen en hun gebouwen geïnventariseerd. Vervolgens heeft de projectgroep de gebouwen getoetst op de waarde van hun interieur en op hun stedenbouwkundige-architectonische, cultureel-historische en sociaal-maatschappelijke waarde. De confrontatie van die wensen en toetsing vormt het belangrijkste element van een kerkenvisie.’

5. Kerkenvisie overstijgt de beleidstermijn

Mirjam: ‘De gemiddelde beleidsperiode duurt vier jaar. De kerkenvisie strekt zich uit over een langere periode - denk eerder aan een jaar of tien. De procesbegeleider probeert de visie te borgen. Je streeft naar verankering van de kerkenvisie binnen de gemeente. Dus ook bij de afdelingen die gaan over subsidies, verordeningen, vergunningen en beleidsterreinen als toerisme, ruimtelijke ordening en welzijn. Dus, als jouw periode als procesbegeleider erop zit, moet er een ambtenaar zijn – bij voorkeur de toenmalige projectleider – die het gezicht blijft van de kerkenvisie. Bij wie de stakeholders in het netwerk altijd kunnen aankloppen. Een bekend en vertrouwd gezicht. Daar koers je ook op.’

Tags 
Kerkenvisie

Reacties