U bent hier

De Stevenskerk: ‘Als een ziel die mensen ontvangt’

maandag 21 januari 2019 - 09:41

Jaarlijks bezoeken meer dan 165.000 mensen de Stevenskerk in het centrum van Nijmegen. Ze bekijken het monumentale gebouw en krijgen een rondleiding. Of ze bezoeken een concert, tentoonstelling, herdenking, lezing of feest. Daarnaast is de kerk een vrij toegankelijk monument en vervult ze nog altijd haar oorspronkelijke functie: elke zondag vindt er een oecumenische dienst plaats.

Sinds 1983 zorgt het (onbezoldigde) bestuur van de Stichting Stevenskerk Nijmegen, samen met vrijwilligers en een kleine professionele staf, voor het gebouw en de programmering. Daarbij komen veel initiatieven voort uit het enthousiasme van betrokkenen. Van de begroting komt 6 procent uit jaarlijkse rijksubsidies voor onderhoud. Verhuur levert 30 procent op. De rest – ruim meer dan 60 procent – komt van de vele donaties die de kerk ontvangt. Voor veel Nijmegenaren is de Stevenskerk hét symbool van de stad. Een van de meest gezongen Nijmeegse volksliederen luidt dan ook: `Al mot ik krupe, op blote voeten goan, ik wil nog een keer Sint Steven heuren slaon.’

Hooggelegen op een uitloper van de stuwwal, is de kerk al van verre zichtbaar. Maar, zo hooggelegen, vangt de kerk ook veel wind en is het een tochtgat van jewelste. Een eenmalige subsidie van in totaal 5,5 miljoen euro, die eerder dit jaar door het ministerie van OCW werd toegekend, zal voor een flink deel worden gestopt in zaken als isolatie, verduurzaming en mogelijk ook klimaatbeheersing. De kerk krijgt ledverlichting en de oude cv-ketels worden vervangen door hoogrendementsketels. De vloeren worden geïsoleerd en er komt dubbel glas. Klimaatbeheersing wordt nog onderzocht.

‘Verduurzamen is belangrijk’, zegt directeur Heleen Wijgers, ‘en we zijn ontzettend blij met die eenmalige subsidie, maar de beslissingen die we daarover nemen, bezien we in samenhang met andere, net zo belangrijke onderwerpen als openstelling, restauratie en programmering.’ Het is altijd zoeken naar een balans die bij veel kerken speelt. Een comfortabel klimaat creëren voor je bezoekers, betekent feitelijk dat je de boel moet dichtkitten. Maar dat heeft gevolgen voor de vochthuishouding en daarmee bijvoorbeeld voor de vier orgels en andere inventaris in de kerk. Duurzaamheid vereist dus een heel serieuze afweging.

HOE BELANGRIJK IS VERHUREN VOOR DE STEVENSKERK?

‘We verhuren veel aan partijen als Lux en Doornroosje, en zijn ook vaste locatie voor de Radboud Universiteit en de gemeente. Wij hebben dus een positie in het netwerk dat de gemeente Nijmegen structuur geeft. Maar dat is lang niet het enige. We hebben laatst ook een culinair evenement georganiseerd voor en door vluchtelingen. Ook dat is Nijmegen. Tegelijkertijd wordt de kerk gebruikt voor dopen, huwelijken en uitvaarten; en iedere zondag is er een oecumenische dienst. Zo moet het ook zijn: niet alleen verhuren, maar de kerk een open huis laten zijn voor de stad. Zo ben je op allerlei manieren van betekenis voor de samenleving.’

ZOU DE KERK OOK ZONDER HUURDERS KUNNEN OVERLEVEN?

‘Niet verhuren is op dit moment eigenlijk geen optie – voor geen enkele kerk, denk ik. Grenzen stellen aan hoe vaak we verhuren, kunnen wij ons nu niet permitteren. Daar zit ook een dilemma: als je verhuurt aan een derde partij, dan moet de kerk dicht en kunnen mensen de kerk niet bezoeken. We zijn nu al 100 dagen per jaar dicht. Natuurlijk zou je kunnen stoppen met verhuur, en alleen nog openstellen. Maar dan mis je de inkomsten en zou je eigenlijk entree moeten gaan heffen. Dat is niet gewoon in Nederland.’

HOE VIND JE DE BALANS?

‘De meeste evenementen in de kerk passen goed bij de religieuze ruimte. Huurders houden daar rekening mee, en wij uiteraard ook. En sommige dingen zijn onbespreekbaar. Zo is er iedere zondag een dienst, staan de banken altijd in liturgische opstelling en in de stiltekapel komen mensen elke dag een kaarsje branden. Dan zijn we huis van God. Daar zit continuïteit in. Maar op andere dagen zijn we een poptempel, en dan weer een locatie voor een lifestylebeurs. Je kunt het gebouw zien als een levend iets, als een ziel die mensen ontvangt.’

IS DE AANPAK VAN DE STEVENSKERK EEN VOORBEELD VOOR ANDERE KERKEN?

‘Ik ben voorzitter van de grote stadskerken in Nederland. Een grote stadskerk als de Stevenskerk kun je uiteraard niet vergelijken met een kerk in een klein dorp. Voor ons is het minder moeilijk om breed draagvlak te krijgen. Wij hebben daarbij veel profijt van het toerisme dat er toch al is in de stad. Kleinere gemeenschappen hebben dezelfde problemen met hun kerk, maar moeten andere oplossingen vinden die passen bij hun situatie. Als grote stadskerken in Nederland zijn wij graag bereidom andere kerken van ons te laten leren. Dat doen we nu ook al vanuit de Vereniging Beheerders Monumentale Kerken, maar daar zullen we komende jaren nog meer op inzetten.’

Dit artikel verscheen eerder in de RCE-brochure 'Met Hart en Ziel'.

Reacties