U bent hier

Dialoog gaat boven beleid - verslag symposium 19 mei

dinsdag 7 juni 2016 - 22:51

Op 19 mei werd in de Lebuïnuskerk in Deventer het symposium gehouden Hoe houdt de gemeente de kerk in het midden? Al snel bleek dat de vraag in de titel de gemeente wellicht een al te centrale rol toedichtte. Want deze middag werd vooral duidelijk dat het draait om samenwerking tussen gemeente, erfgoedsector en kerkbestuur. Om vroegtijdig overleg, dialoog, en een open oog voor het gemeenschappelijk belang. 

Tijdens de verschillende presentaties gingen vertegenwoordigers vanuit de gemeenten Deventer, Utrecht en Nijmegen in op gemeentelijke visies rond religieus erfgoed en de vertaling daarvan in beleid. Daaraan voorafgaand memoreerde Henk Janssen, secretaris van de Federatie Grote Monumentengemeenten, de beperkte financiële mogelijkheden van gemeenten, veroorzaakt door bezuinigingen als gevolg van de crisis, de beëindiging van het budget voor het Programma Stedelijke Vernieuwing en de matching van rijksgelden waardoor er voor gemeentelijke monumenten veel minder geld beschikbaar is. Maar het draait beslist niet alleen om geld. Dagvoorzitter Jan Vellekoop, adviseur cultuurhistorisch beleid, introduceerde de verschillende sprekers en leidde de tussentijdse paneldiscussies. 

De praktijk

Jorien Kranendijk, beleidsadviseur ruimtelijk erfgoed, gaf een toelichting op de Deventer aanpak rond leegkomende kerken. Deze aanpak bestond vanaf 2012 uit het voeren van gesprekken met alle kerkeigenaren. Agenderen, verbinden, ondersteuning bij programmeren en duidelijkheid bieden zijn de rollen die de gemeente Deventer wil vervullen. ‘De oplossing ligt bij de kerkeigenaren. De gemeente stelt geen harde kaders of prioriteiten, maar is wel duidelijk over de rol die ze wil en kan spelen. Want een leegkomende kerk is niet alleen een vastgoedkwestie, kerken hebben ook een emotionele waarde.’ Belangrijke ingrediënten uit de gekozen aanpak zijn: zorg voor één aanspreekpunt binnen de gemeente, bouw en onderhoud een intern en extern netwerk rond religieus erfgoed, betrek kerkeigenaren als gesprekspartners bij gebiedsontwikkeling, weet wat er speelt en blijf in gesprek. Of dit heeft geleid tot een succesvolle aanpak durft zij niet volmondig te beamen. ‘In ieder geval is de gemeente Deventer niet de belemmerende factor.’ Dat wil niet zeggen dat voor alle leegkomende kerken een goede oplossing te vinden is. De vraag of slopen mag, is een vraag die in Deventer nog niet beantwoord is. 

De gemeente Utrecht was daar bij monde van Alice Gut, adviseur monumenten, stelliger over: in principe werkt de gemeente niet mee aan sloopplannen voor kerken met een gemeentelijke monumentenstatus. Utrecht heeft een groot aantal beschermde kerken en na een vrij stabiele periode is er nu sprake van een kentering. Nogal wat kerken zullen worden afgestoten. Daarbij speelt ook dat de gemeentelijke subsidieregeling voor de 37 kerken die na uitgebreide inventarisatie zijn aangewezen als gemeentelijk monument sinds 2014 is stopgezet. Opvallend in Utrecht is dat de gemeenteraad een motie heeft aangenomen met de opdracht een kerkenvisie te formuleren. Speerpunten uit die visie zijn: de rol van de gemeente, het toeristisch potentieel, profielen voor herontwikkeling en de exploitatie. Nadrukkelijk is door de politiek gesteld dat de vraag vanuit ‘de markt’ leidend is. De relatie met de kerkeigenaren is goed. Elk proces van herbestemming wordt vanuit de gemeente intensief begeleid waarbij een culturele en/of toeristische invulling actief wordt gestimuleerd. Onderzocht wordt wat het toeristisch potentieel is en of dat valt te kwantificeren.

In Nijmegen, zo bleek uit het verhaal van Hettie Peterse, heeft de gemeente geen expliciete visie voor religieus erfgoed vastgesteld. Aan de hand van een vijftal praktijkvoorbeelden van herbestemde kloosters toont Peterse een breed scala van meer tot minder geslaagde projecten, waarbij de gemeente vooral een kaderstellende rol bij de herbestemming van een religieus gebouw heeft ingenomen. Ook in de erop volgende discussie met de zaal worden de verschillende rolopvattingen zichtbaar, bijvoorbeeld bij de beantwoording van de vraag of er wel of geen prioritering aan te herbestemmen kerken moet worden gegeven. Volgens de gemeente Deventer is de dynamiek te groot voor prioritering, tegelijkertijd blijkt dat het voor het ene type kerk, bijvoorbeeld een neogotische, lastiger is een herbestemming te vinden dan voor het andere, zoals een wederopbouwkerk. De vraag is of je daar actief op kunt en wilt sturen. 

Zelf kiezen

Erik van Schelven, wethouder van de gemeente Westerveld, liet in zijn verhaal zien hoe een kleine gemeente zijn inwoners betrekt bij de omgang met erfgoed. Westerveld koos ervoor om pandeigenaren op vrijwillige basis te laten kiezen voor de status van gemeentelijk monument: ‘Aan de hand van een door Het Oversticht gemaakte inventarisatie van beeldbepalende gebouwen hebben we eigenaren gevraagd of ze zo’n status wilden aanvaarden. De erkenning en waardering voor hun eigendom maakten dat bijna alle betrokkenen dit graag wilden.’ In ruil daarvoor ontvingen de eigenaren een monumentenschildje en een door de gemeente betaald advies van de Drentse monumentenwacht over duurzame instandhouding. Jaarlijks organiseert de gemeente Westerveld een contactdag voor eigenaren waar vragen en verwachtingen aan de orde komen, bijvoorbeeld over toegelaten ontwikkelingen en hergebruik. ‘Als gemeente moet je durven kiezen, maar ook openstaan voor suggesties en niet bang zijn voor kritiek.’

In Friesland vervult met name de provincie een voortrekkersrol bij de visievorming rond leegkomende kerken in Friese plattelandsgemeenten, zo vertelde Dick Bloemhof van het adviesteam Fryske Tsjerken. In deze provincie gaat veel aandacht uit naar de talrijke rijksmonumentale kerken, waardoor het overige religieus erfgoed onderbelicht dreigde te raken. Daarom stelde de provincie een ‘deltateam’ in, waarin kerkeigenaren, gemeenten en de erfgoedsector samen optrekken. Belangrijkste adagium: wees je bewust van elkaars positie en standpunten en handel niet probleemgestuurd, maar proactief. Zo zouden gemeenten niet pas in actie moeten komen als er een vergunningsaanvraag binnenkomt. Want ook al zijn de kerken niet hun eigendom, ook gemeenten hebben een verantwoordelijkheid. 

De discussie

Ook andersom kunnen kerkeigenaren en -besturen minder afwachtend zijn, was het advies van Annet van Goor, betrokken bij de St. Joriskerk in Amersfoort en lid van de VBMK: ga tijdig in gesprek met de gemeente en wacht niet af. Daarnaast noemt zij uitwisseling tussen kerkbeheerders een sleutel: het maken van dwarsverbindingen is precies wat de Vereniging van Beheerders van Monumentale Kerkgebouwen beoogt. Leer van elkaar en help elkaar. Deze middag klinkt er ook een pleidooi om een handreiking voor gemeenten te maken, op te stellen door bijvoorbeeld de Vereniging van Nederlandse Gemeenten of de Federatie Grote Monumentengemeenten.

Ingrediënten uit de kerkenvisies van de gemeente Deventer en Utrecht kunnen daarvoor een mooi startpunt bieden. In zo’n handreiking zou zowel aandacht besteed moeten worden aan herbestemming als aan functieverbreding - naast de kerkelijke functie. En natuurlijk mag daarin een exploitatieparagraaf niet ontbreken. ‘Ook een andere kwestie, namelijk de hoogte van de energielasten en voor wiens rekening deze meerkosten moeten komen, vraagt de aandacht,’ meende Peer Houben, architect bij het Adviesbureau Bouwzaken van de bisdommen Haarlem-Amsterdam en Rotterdam, ‘net als het zoeken naar nieuwe verbindingen, bijvoorbeeld in relatie tot de Wetmaatschappelijke ondersteuning.’ Een dergelijke handreiking zou, met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen in 2018, een mooi cadeau kunnen zijn voor de politiek. Want, zo blijkt uit de praktijk, veel politici en bestuurders vinden leegstand van religieus erfgoed niet echt een interessant onderwerp. Te weinig sexy. Toch, zo benadrukken eigenlijk alle aanwezigen, is het probleem van leegkomende kerkgebouwen een maatschappelijk probleem.

Wethouder Robin Hartogh Heys is daar in zijn slotwoord duidelijk over: ‘Je kunt als overheid niet achterover leunen en wachten. Alleen maar roepen dat we geen of nauwelijks financiële middelen hebben is wel erg makkelijk. Kerken hebben niet alleen een religieuze functie, maar ook een culturele. Ze zijn vaak beeldbepalend en mensen hebben er een emotionele binding mee. Voor sloop bestaat vaak geen enkel draagvlak, dus heb je als burgerlijke overheid wel degelijk een rol. De kleur van de politiek zou wat minder invloed moeten hebben op de belangstelling voor de omgang met religieus erfgoed. In Deventer’, zo vult hij aan, ‘is er raadsbreed erkenning voor de gemeenschappelijkheid van het probleem. Als gemeente kun je je ogen niet sluiten voor je verantwoordelijkheid. Wij kiezen voor een permanente dialoog. We willen helpen, en volgen daarbij de in onze visie afgesproken lijn: als een kerkbestuur niet bereid is om soepel mee te denken over exploitatie, dan wordt medewerking lastig.’ 

Mirjam Blott, projectleider Agenda Toekomst Religieus Erfgoed, blikte nog even vooruit: ‘Als eind dit jaar het programma ‘Agenda Toekomst Religieus Erfgoed’ is afgelopen, zullen we gaan oogsten.’ Tot die tijd zal er nog een aantal interessante thematische symposia en bijeenkomsten georganiseerd worden. Een extra reden om de website toekomstreligieuserfgoed.nl in de gaten te blijven houden.

Tekst: Marjo Stam
Foto's: Henk Janssen

Reacties