U bent hier

Lollumer kerk in de spotlight

dinsdag 28 januari 2020 - 14:57

De gereformeerde kerk in Lollum. (Foto: RomkeHoekstra via Wikimedia)

Met welk plan wordt de al vijf jaar leegstaande Greidhoekekathedraal in het Friese Lollum nieuw leven ingeblazen? Op 9 februari is een hele uitzending van het EO-programma NieuwLicht gewijd aan deze vraag. Drie teams met kennis van zaken doen een voorstel tot herbestemming. Programmaleider Toekomst Religieus Erfgoed Frank Strolenberg schreef voor het tv-programma de column ‘Wie is er bang voor een Rijksmonument?’

Opsteker

De aandacht van het programma was hard nodig en een opsteker, want de stichting die achter de Greidhoekekathedraal (bouwjaar 1915) zit is al jaren bezig met een nieuwe invulling. Tot nu zonder resultaat. Er is bovendien voor 500.000 euro aan achterstallig onderhoud.

Opnames van NieuwLicht (Foto: Omrop Fryslân, Onno Falkena)

Verschillende plannen

De drie teams komen in de uitzending met verschillende plannen. Van een rustgevende ruïne (het dak eraf) via luxe, zwevende kamers die op katrollen in de nok van de kerk bewegen, tot transformatie tot een gemeenschapshuis: een ‘thús’. Met een lokale winkel, ontmoetingsplekken voor kunstenaars en slapen in de kerktoren. Welk idee de meeste lof oogstte, is te zien op zondag 9 februari om 20 uur op NPO2.

Programmaleider Frank Strolenberg werd door de EO-redactie gevraagd een column te schrijven voor de site van het programma:

Wie is er bang voor een Rijksmonument?

Rondom rijksmonumenten doen veel verhalen de ronde. Spookverhalen over de ellende die je je op de hals haalt met zo'n monument. Mensen worden afgeschrikt met de leuze: ‘je mag er nog geen spijker in de muur slaan’. Toch kent Nederland inmiddels heel wat herbestemde gebedshuizen waarvan meer dan 500 rijksmonument zijn. Blijkbaar kan er dus toch meer dan men denkt.

Van de circa 1,2 miljoen gebouwen in Nederland is zo’n 1% bestempeld tot rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument. Deze gebouwen hebben een speciale status omdat ze, vanuit een cultuurhistorisch oogpunt gezien, bijzonder zijn voor Nederland. Ze vragen dus ook om een buitengewone benadering. De praktijk wijst echter uit dat wij het in Nederland desondanks aandurven om monumenten doormidden te zagen, te verplaatsen, te verbouwen, te strippen, te slopen of weer op te bouwen. Maar dergelijke keuzes gebeuren nooit zomaar.

De Fundatie

Een sprekend voorbeeld is museum De Fundatie in Zwolle waar, in de woorden van architect Hubert-Jan Henket, een 'rugbybal' bovenop een bestaand neoclassicistisch rijksmonument is geplaatst. Door de symmetrie van het gebouw en de ligging aan het water was er naast bouwen, er onder- of er achter bouwen echter geen optie. Dus dan maar er bovenop. En daarbij is gekozen om zo contrasterend mogelijk te bouwen. Beide gebouwonderdelen accentueren zo elkaars eigenheid en samen vormen ze een nieuw object. 1+1 is hier 3. Het gaat om de kwaliteit van het geheel. Uiteraard zijn daarbij alternatieve oplossingen zorgvuldig gewogen. Ook zaken als de duurzaamheid van de nieuwe functie of de effecten voor de omgeving spelen een rol. Inmiddels vormen De Fundatie, samen met Waanders in de Broerenkerk, belangrijke ingrediënten voor een dagje uit in Zwolle.

En wat voor de Fundatie geldt, geldt in zekere zin ook voor de herbestemde rijksmonumentale kerken. Elke herbestemde kerk is de uitkomst van zorgvuldig overleg. Een proces waarin partijen met elkaar verkennen wat past, wat mogelijk is, maar vooral: wat toevoegt. Want geen waardebehoud zonder waardecreatie. Een proces waarbij partijen elkaar ook het vuur aan de schenen moeten durven leggen want het gaat immers om het beste wat Nederland te bieden heeft.

Gebouwen van liefde

Het hergebruik van kerkgebouwen heeft daarbij wel twee specifieke kenmerken waar aandacht naar uit moet gaan. Op de eerste plaats zijn dit ‘gebouwen van liefde’, en dat is altijd goed te merken. Rondom kerkgebouwen heerst een sterke verbondenheid van mensen. Zelfs als men zelf niet meer ter kerke gaat voelt men zich betrokken bij ‘zijn’ kerk. Dat vraagt om uiterst zorgvuldig en respectvol handelen. Op de tweede plaats moet er net zo behoedzaam worden omgegaan met het interieur van een kerk. Dat interieur is vaak onlosmakelijk met het kerkgebouw verbonden en verschillende onderdelen hebben vaak een belangrijke religieuze betekenis. Maar het interieur kan niet altijd gehandhaafd worden als het gebouw een nieuwe functie krijgt. Ook dat vraagt om afgewogen en prudent handelen omdat dit zowel voor de gelovige gemeenschap als voor de erfgoedzorger pijnlijke keuzes zijn.

Wie de erfgoedwet er op naslaat zal ontdekken dat er begrijpelijkerwijs allerlei waarborgen geformuleerd zijn rondom rijksmonumenten. We willen als samenleving immers onze 1% aan waardevolle gebouwen graag behouden. Maar wie in de praktijk samen met de erfgoeddeskundige ‘luistert’ naar wat een gebouw kan hebben, zal ontdekken dat er bij een herbestemming mooie en praktische oplossingen mogelijk zijn. Er lijkt dus weinig reden om bevreesd te zijn voor een rijksmonument. En wie toch denkt de strijd te moeten aangaan: een uitgestoken hand, een open geest en een luisterend oor zijn voor iedereen die betrokken is altijd de belangrijkste wapenen.

Reacties